Het Imposter Syndroom en ADHD: Waarom Voelen We Ons Soms Een Bedrieger?

Gepubliceerd op 11 juli 2024 om 16:35

Anouk Dom | Klinisch psycholoog

Als anderen je waarderen, maar jij bang bent door de mand te vallen

Imposter syndroom ADHD

Je krijgt een compliment voor je werk. Voor je “dank je” kunt zeggen, denk je al: ze moesten eens weten hoeveel moeite het gekost heeft. Je wijst op wat beter kon of zegt dat je geluk had. De waardering komt nauwelijks binnen.

Misschien word je gevraagd voor een nieuwe opdracht en slaat de twijfel toe. De vorige keer lukte het, maar kan ik dat nog eens? Wat als ze merken dat ik niet altijd zo vlot werk?

Wat zijn impostergevoelens?

Bij het imposterfenomeen voelt succes niet helemaal als iets van jezelf. Je schrijft een goed resultaat bijvoorbeeld toe aan toeval of extra hard werken, terwijl je bang bent dat anderen je overschatten. Het gevoel beschrijft zelftwijfel, niet dat je werkelijk iemand bedriegt. [1]

Je kunt tegelijk iets goed doen en nog veel te leren hebben. Een vraag moeten stellen maakt je eerdere werk niet ongedaan. Toch kan één onzeker moment voor je gevoel zwaarder wegen dan tien dingen die wel lukten.

Waarom dit bij ADHD herkenbaar kan voelen

Als je de ene dag veel gedaan krijgt en de andere dag moeilijk op gang komt, kun je gaan twijfelen aan wat je kunt. Misschien denk je dat een goed resultaat alleen telt als het altijd even gemakkelijk lukt.

Of je gebruikt meerdere herinneringen, bereidt je langer voor en houdt een stappenplan bij. Anderen zien het resultaat. Jij ziet vooral alles wat nodig was om het te bereiken, en trekt daar een veel strenger besluit uit.

  1. Eerste onderzoek vindt een samenhang tussen ADHD-kenmerken en impostergevoelens. Het gaat voorlopig om beperkte kennis uit zelfrapportage bij studenten; we kunnen daaruit niet besluiten dat ADHD die gevoelens veroorzaakt. [2] Jouw ervaringen en omstandigheden blijven dus belangrijk.

    Kijk ook naar je eigen aandeel

Je geeft een presentatie die goed wordt ontvangen. Je eerste verklaring is dat het publiek aardig was. Bekijk daarnaast wat jij deed: je koos begrijpelijke voorbeelden, bereidde je voor en beantwoordde vragen. Die bijdrage blijft bestaan, ook als iemand je geholpen heeft.

Schrijf na een afgeronde taak één concrete bijdrage op. Bijvoorbeeld: “Ik merkte een onduidelijkheid op en heb ze nagevraagd.” Je hoeft jezelf niet uitbundig te overtuigen. Het is genoeg om relevante informatie niet meteen weg te strepen.

Lees ook: sterke kanten bij ADHD.

Bij een compliment kun je oefenen met een eenvoudig “Dank je, fijn om te horen”. Je hoeft niet ter plekke een lijst van tekortkomingen toe te voegen.

Maak van een grote twijfel een kleine leervraag

  1. “Ik ben niet geschikt voor deze job” is moeilijk om iets mee te doen. “Ik weet nog niet hoe ik deze vergadering moet leiden” geeft een concrete vraag. Misschien kun je een collega laten meedenken over de agenda of vooraf samen de eerste minuten overlopen.

    Vraag ook om bruikbare feedback: “Welk onderdeel was duidelijk, en wat kan volgende keer beter?” Zo kunnen een goed resultaat en een verbeterpunt naast elkaar bestaan.

Kies een veilige situatie om te zeggen: “Dat weet ik nog niet, ik zoek het uit.” Als iemand op je antwoord wacht, spreek je af wanneer je erop terugkomt.

De omgeving telt mee

Zelftwijfel wordt lastig te ontwarren wanneer verwachtingen vaag blijven. Vraag bij een nieuwe opdracht wat er precies klaar moet zijn en welke ondersteuning beschikbaar is.

Kijk ook hoe mensen op vragen reageren. Je hoeft kleineren of telkens veranderende eisen niet op te lossen door positiever over jezelf te denken. Bespreek het met iemand die je vertrouwt en die mee kan kijken naar wat er gebeurt.

  1. Als je jezelf voortdurend moet bewijzen

    Zoek steun als je door deze gevoelens kansen blijft afwijzen, veel angst ervaart of jezelf uitput. In een gesprek kun je zowel de zelftwijfel als de praktische ondersteuning die je mist bespreken.

Als je vooral blijft controleren en verbeteren uit angst voor fouten, kan ook het artikel over ADHD en perfectionisme herkenbaar zijn. Je hoeft je bekwaamheid niet elke dag opnieuw van nul te bewijzen.

Bronnen en verder lezen

1. Clance en Imes, 1978 — Het imposterfenomeen
Oorspronkelijke klinische beschrijving bij een geselecteerde groep vrouwen; geen ADHD-studie.

2. Hall, Stuckey en Berman, 2026 — ADHD-kenmerken en impostergevoelens
Eenmalige vragenlijsten bij studenten. ADHD-indeling op zelfrapportage, geen klinisch vastgestelde diagnoses.

  1. 3. Verder lezen — ADHD en perfectionisme
    Aanvullend artikel op deze website.

Inhoudelijk herzien op 3 oktober 2026