Online ADHD- en ASS-onderzoek: wat mag je bij ons verwachten?

Gepubliceerd op 8 oktober 2026 om 21:25

Anouk Dom | Klinisch psycholoog

Je overweegt een onderzoek naar ADHD of autisme. Online lijkt je handig, maar misschien vraag je je af: kan iemand mij via een beeldscherm wel goed leren kennen? Wat als ik op dat moment niets meer weet te vertellen? Of net heel rustig en vlot overkom?

In dit artikel leg ik uit hoe het online onderzoek in mijn praktijk verloopt. Je hoeft je verhaal niet vooraf perfect op orde te hebben. Tijdens het onderzoek is er ruimte om ervaringen uit te leggen, te twijfelen en op iets terug te komen.

Wat kan er via beeldbellen?

Via beeldbellen praten we uitgebreid over je ontwikkeling en dagelijks leven. Videobellen wordt ook in een professionele kwaliteitsstandaard voor ADHD-onderzoek beschreven als een mogelijke gespreksvorm. Bij onderzoek naar autisme bekijken we welke observaties en bijkomende informatie nodig zijn. 1, 2

De gesprekken verlopen via beeldbellen. We bekijken wat je vertelt samen met de vragenlijsten en eventuele andere informatie.

Eerst wat voorbereiding

Zodra je afspraken vastliggen, ontvang je instructies voor de voorbereiding. Je vult eerst de digitale intake in. Daarna ontvang je de vragenlijsten die bij je onderzoek horen. Je kan ook eerdere verslagen of andere relevante documenten bezorgen. Zo ligt er al informatie klaar om tijdens de gesprekken op verder te gaan.

Een vragenlijst invullen kan lastiger zijn dan verwacht. Soms past geen enkel antwoord helemaal. Kies wat het dichtst aansluit en geef, waar mogelijk, wat uitleg. Je mag die twijfel ook tijdens het gesprek bespreken.

Bijvoorbeeld: Bij een vraag over anderen onderbreken denk je eerst: dat doe ik niet. Dan schiet je te binnen dat je tijdens een telefonische uitleg vaak al begint te antwoorden terwijl de ander nog spreekt. Je hoeft daar zelf geen conclusie uit te trekken. Het is een concreet voorbeeld om te bespreken.

Een vragenlijstscore op zichzelf bepaalt niet of je ADHD of autisme hebt. We bekijken de antwoorden samen met je ervaringen en de andere informatie. 2, 3

Beeld en geluid even testen

Test de ontvangen gesprekslink vooraf even en kijk na of je camera, microfoon en internetverbinding werken. Een laptop of tablet is meestal comfortabeler dan een klein scherm. Zo hoef je dit niet allemaal uit te zoeken wanneer het gesprek begint.

Wat gebeurt er als je het gesprek opent?

Soms ben ik meteen aanwezig. Kom je in de digitale wachtkamer terecht? Dan mag je daar wachten tot ik erbij kom. Het kan gebeuren dat het gesprek iets later start.

Je mag het jezelf comfortabel maken

Zenuwachtig voor het gesprek? Je bent zeker niet de enige. Je hoeft niet meteen vlot te vertellen of precies te weten waar je moet beginnen. We nemen de tijd om op gang te komen.

Trek iets aan waarin je je goed voelt en kies een rustige plek waar je vrijuit kan spreken. Je hoeft niet aan een bureau te zitten: vanuit de zetel kan ook. Merk je tijdens het gesprek dat je even wil bewegen, een pauze nodig hebt of dat iets je helpt om je aandacht erbij te houden? Zeg het gerust, dan bekijken we samen wat werkt.

Notities mogen, maar hoeven niet

Voel je je rustiger met enkele notities bij de hand? Dan mag dat, maar het hoeft niet. Je hoeft geen lijst met voorbeelden klaar te hebben. We helpen je tijdens het gesprek om situaties te verkennen. Weet je iets niet meer of komt er niet meteen een voorbeeld in je op? Dat mag je gewoon zeggen.

Bijvoorbeeld: Misschien merk je halverwege je antwoord dat je de vraag eigenlijk gemist hebt, maar durf je niet te vragen om ze te herhalen. Dat mag gerust. Ook als je even tijd nodig hebt om na te denken, kan je dat zeggen.

Hoe ziet dat er bij jou uit?

Tijdens de gesprekken kijken we naar wat je vandaag ervaart, hoe dat vroeger was en waar je last van hebt. De ene situatie vertelt soms iets anders dan de andere. Samen zoeken we naar voorbeelden uit verschillende delen van je leven.

Ik vraag bijvoorbeeld wanneer iets gebeurt, hoe vaak, wat je helpt om ermee om te gaan en hoeveel moeite dat kost. Die vragen helpen om jouw ervaringen beter te begrijpen. Je hoeft de antwoorden niet vooraf uit te zoeken. 1

Bijvoorbeeld: Tijdens het videogesprek antwoord je vlot. Toch controleer je na ieder antwoord in gedachten of je de vraag wel juist begrepen hebt. Ook dat mag je vertellen. Hoe gemakkelijk het praten eruitziet, zegt niet alles over wat het je kost.

Wil je daar verder over lezen? Bekijk het artikel over autisme en maskeren.

Eén voorbeeld, een stil moment of een vlot gesprek bewijst op zichzelf niets. Het gaat om het samenhangende beeld over langere tijd. 1, 2

Een vaste structuur, met ruimte voor jouw verhaal

Voor ADHD gebruiken we het DIVA-5-interview en de ZVAH/AVL-vragenlijsten. Voor ASS gebruiken we het DSM-5 interview voor ASS en de M-ASD-vragenlijst. De vragenlijsten zijn zelfrapportage: je beschrijft daarin je eigen ervaringen.

De interviews geven het gesprek structuur; jouw uitleg maakt duidelijk hoe iets zich bij jou uit. Je hoeft hiervoor niets in te studeren. Bij ADHD zijn twee gesprekken van ongeveer anderhalf uur gepland, bij ASS twee gesprekken en bij gecombineerd ADHD- en ASS-onderzoek vier.

Meer over de combinatie lees je in het artikel over ADHD en autisme samen (AuDHD).

Waarom komen slaap, stress of andere klachten ter sprake?

Aandachtsproblemen of moeite met sociaal contact kunnen verschillende verklaringen hebben. Daarom kijken we ook naar andere factoren die kunnen meespelen, zoals slaap, angst of stemming. Soms spelen meerdere zaken tegelijk. 2, 3

Bijvoorbeeld: Je vertelt dat je de draad kwijtraakt tijdens een opleiding. In het gesprek verkennen we dat verder: gebeurde dat vroeger ook, of begon het vooral sinds een periode waarin je nauwelijks slaapt? Je hoeft zelf niet uit te zoeken wat de oorzaak is. We bekijken samen welke verklaringen mogelijk meespelen.

Ook bij een onderzoek naar alleen ADHD of alleen ASS kunnen signalen van iets anders naar voren komen. We bespreken relevante bredere bevindingen. Een vermoeden is nog geen bijkomende diagnose; daarvoor kan apart onderzoek nodig zijn.

Wat als je weinig over je kindertijd weet?

Je hoeft geen volledig archief van je jeugd te hebben. Misschien zijn je schoolrapporten verdwenen, herinner je je weinig of kan je niet bij je ouders terecht. Iemand die je als kind kende of eerdere verslagen kunnen helpen om die periode te begrijpen. Een naaste die je nu goed kent, kan iets vertellen over je huidige dagelijks leven. 1, 2

Bijvoorbeeld: Je weet nog naar welke school je ging, maar niet hoe je de speeltijden beleefde. In een oud verslag staat iets waar je zelf geen herinnering aan hebt. Je mag zeggen wat je herkent, wat niet en wat je niet meer weet. Je hoeft de ontbrekende stukken niet zelf in te vullen.

Kan niemand uit je omgeving informatie geven? Geef dat gerust aan. We bekijken samen wat er wél beschikbaar is. Als er onvoldoende duidelijkheid overblijft, leggen we uit welke informatie ontbreekt en bespreken we de volgende stap.

Wanneer is er meer nodig dan online gesprekken?

Soms ontbreekt er nog informatie of blijven verschillende verklaringen mogelijk. Een extra gesprek of bijkomende informatie kan dan helpen. In andere situaties is een andere vorm van onderzoek aangewezen.

Dat kan bijvoorbeeld wanneer communicatie of gedrag niet voldoende via beeldbellen kan worden beoordeeld, of wanneer een lichamelijke vraag verder onderzoek door een arts vraagt. Wat nodig is, hangt af van de situatie. 2

Tijdens het laatste geplande gesprek bespreken we de bevindingen. Is er meer nodig om een onderbouwde conclusie te geven, dan leggen we uit waarom en bespreken we de volgende stap.

Wat krijg je na afloop?

Na afronding krijg je een verslag met de bevindingen en de conclusie. Als ADHD, ASS of beide wordt vastgesteld, ontvang je ook een diagnostisch attest. Wordt er geen diagnose weerhouden, dan leggen we in het verslag uit waarom. Je ontvangt dan geen diagnostisch attest.

Je kan het verslag meenemen naar je huisarts of psychiater om verdere ondersteuning of vragen over medicatie te bespreken. Zo kan je de bevindingen doorgeven aan een volgende zorgverlener. De arts beoordeelt wat aangewezen is; medicatie voorschrijven maakt geen deel uit van dit onderzoek.

Is ADHD vastgesteld en vraag je je af hoe het verder moet? Lees Na een ADHD-diagnose: wat nu?

Heb je de documenten nodig voor school, werk of verdere zorg? Kijk vooraf welke voorwaarden daar gelden. Of een document wordt aanvaard, hangt af van de betrokken instantie.

Je hoeft vooraf niet alles te weten

Misschien herken je veel, misschien twijfel je vooral. Je hoeft geen sluitend verhaal mee te brengen of vooraf zeker te weten welke diagnose bij je past. Het onderzoek dient juist om je ervaringen zorgvuldig te bekijken en samen te bespreken wat de bevindingen betekenen.

Wil je weten hoe je afspraken plant en wat inbegrepen is? Bekijk de uitleg over het diagnostisch onderzoek, de prijslijst of de veelgestelde vragen.

Bronnen en verder lezen

De voorbeelden in dit artikel zijn ter illustratie en beschrijven geen echte cliënten. De algemene uitleg is gebaseerd op onderstaande bronnen. De beschreven praktische werkwijze is die van deze praktijk.

1. Adamou e.a. (2024). The adult ADHD assessment quality assurance standard. UKAAN-kwaliteitsstandaard over zorgvuldige diagnostiek bij volwassenen, ook via videobellen.

2. NICE. Autism spectrum disorder in adults: diagnosis and management (CG142). Richtlijn over onderzoek naar autisme bij volwassenen.

3. NICE. Attention deficit hyperactivity disorder: diagnosis and management (NG87). Richtlijn over de beoordeling en behandeling van ADHD.

Verder lezen: Blackmore e.a. (2023). Comparison of an online adaptation of the ADOS-2 with its in-person version in an adult autism diagnostic service. Onderzoek naar één specifieke online observatiemethode bij volwassenen.